Klik op de foto
voor een vergroting
Aart van der Haagen over zijn Reliant Robin 850 uit 1979
Bijna
ieder mens heeft op z’n tijd een gekke bui. In het ergste geval kan dat
bijvoorbeeld leiden tot de vrijwel acute aankoop van een auto. Wat de aanleiding
was, weet ik niet meer, maar op een vrijdag snuffelde ik op internet voor de
gein eens naar te verhandelen Reliants Robin en ’s maandagsavonds stond er een
thuis op de stoep. Het leek me wel een aardige tegenhanger voor de twee Citroëns
CX, de Daimler 4.0 en de Talbot Tagora die bij ons op het erf staan.
In
een project had ik geen zin, dus het stond me wel aan dat dit exemplaar zowel
technisch als qua bodem en koets grondig aangepakt was. Alleen van de Ford
Fiesta-stoelen met van die enge hoofdsteunen kreeg ik een vieze smaak in de
mond, dus die moesten al gauw plaatsmaken voor de originele kuipjes. Deze
schiepen en passant meer binnenruimte, zodat mijn kapsel voortaan keurig in
model blijft. Zo’n nobele Britse saloon vraagt immers om een gentleman aan
boord, nietwaar?
Als
opvolger van de Regal introduceerde Reliant de Robin in 1973. Uitgangspunt was
onveranderd mensen met alleen een motorrijbewijs een overdekt vervoermiddel voor
de vochtige dagen te leveren. Niet alleen in Groot-Brittannië, maar ook in
Nederland viel de auto binnen een wetgeving die dat mogelijk maakte. De eisen:
maximaal drie wielen en een ledige massa van minder dan 400 kilogram. Dit
laatste realiseerde Reliant door een polyester koets - ontworpen door Ogle - toe
te passen en alle overbodige luxe weg te laten. Praktische eigenschappen werden
wel ingebakken, waaronder plaats voor vier personen (met wat Engelse
creativiteit) en een neerklapbare achterbank. Met een ultrazuinige 0,75 en later
0,85 liter motor hield de overigens niet goedkope Robin stand tot 1981, om
opgevolgd te worden door de eveneens driewielige Rialto. Als ‘normaal’
zustermodel had Reliant sinds 1975 de Kitten in het programma, die bekend stond
om zijn extreem korte draaicirkel. Qua populariteit haalde dit katje met twee
voorpootjes het op geen stukken na bij de Robin.
Strikt
genomen beschikt het eigenzinnige product van Reliant over een middenmotor,
aangezien het blok volledig achter het voorwiel huist. De radiateur heeft een
plekje daartussen gevonden. Het 848 cm3 kleine torretje met vier
cilinders steekt een heel eind het interieur in en laat aan weerszijden veel
ruimte over lange Noord-Europese staken. Het hoofd komt er minder gunstig vanaf,
zodat je altijd enigszins gebogen achter het stuur zit en dat maakt de
hilarische verschijning op de weg compleet. Je verzorgt een ongekend stuk
entertainment voor medeweggebruikers. Zelf verveel je je trouwens ook niet, want
je moet flink bij de les blijven. Het 395 kilogram lichte geval reageert al op
de flauwste oneffenheid die onder hem doorgaat en met 40 pk aan boord, matige
remmen en een verre van elandproefbestendig onderstel is anticiperen geen
overbodige luxe. Bochten aansnijden vormt ook een hoofdstuk apart, wil je
tenminste niet de voorschermen afschaven.
Wat
trekt iemand aan zo’n Reliant Robin? Eigenlijk moet je het besturen ervan als
een moment van bezinning beschouwen. Dit is autorijden in de essentie, in zijn
puurste vorm. Niet dat wollige van de huidige generatie luxe vervoermiddelen,
die elk greintje gevoel bestraffend wegfilteren. Verder verplaats je je met een
verbruik van 1:20 bijzonder economisch en zijn de reacties van medeweggebruikers
onbetaalbaar. Waar heb je nog zoveel lol tegen zo’n bescheiden
consumptiegedrag?